Het overkomt bijna iedereen een keer. Je staat voor je eigen voordeur, de sleutel zit niet in je jaszak waar hij hoort te zitten, en het is veel te laat om nog iemand te bellen. Wie weleens in de nachtdienst heeft gezeten kent dat moment. Je fietst om kwart over twee de straat in, je handen koud, je hoofd al half op het kussen, en dan blijkt dat de deur niet meegeeft. Geen reservesleutel bij de buren, want die slapen, en je telefoon staat op zeven procent.
Dat soort momenten zegt eigenlijk meer over hoe wij met onze sloten omgaan dan we toegeven. We denken er nooit aan totdat het misgaat. En als het misgaat, gaat het meestal op het slechtst denkbare tijdstip. Een goede slotenmaker is precies daarom geen luxe maar een telefoonnummer dat je ergens opgeslagen wilt hebben voordat je het nodig hebt.
Waarom het altijd op het verkeerde moment gebeurt
Er zit een vervelende logica achter. Je raakt het vaakst buitengesloten op momenten dat je moe bent, gehaast of allebei. Na een lange dienst, na een avond uit, met een arm vol boodschappen en een huilend kind op de heup. Dat zijn precies de situaties waarin je sleutel ergens belandt waar hij niet hoort. In het slot aan de binnenkant, op het aanrecht, of nog in de jas van gisteren.
Het tweede probleem is dat mensen in zo’n moment in paniek schieten. Ze gaan duwen, wrikken, proberen een bankpas tussen de deur te schuiven omdat ze dat ooit in een film hebben gezien. Negen van de tien keer beschadig je daarmee alleen het slot of de deurpost, en wordt een simpele opening ineens een dure reparatie. Een ervaren slotenmaker opent de meeste deuren juist zonder schade, met gereedschap dat daar speciaal voor gemaakt is.
De minuten nadat je beseft dat je niet binnen komt
Het eerste wat helpt is rustig blijven, hoe flauw dat ook klinkt om kwart over twee in de regen. Loop even na waar de sleutel het laatst was. Heel vaak hangt hij gewoon nog binnen aan de haak en is de deur in het slot gevallen. Soms ligt er nog een raam op een kier dat je vergeten was.
Lukt dat niet, dan is bellen verstandiger dan blijven prutsen. Een betrouwbare slotenmaker komt in veel regio’s binnen het uur en heeft je deur sneller open dan je een ander idee verzint. Belangrijk is wel dat je weet wie je belt. Er lopen partijen rond die een onmogelijk laag bedrag noemen aan de telefoon en aan de deur ineens honderden euro’s rekenen. Vraag vooraf naar het voorrijtarief en het uurtarief, en laat je niet onder druk zetten als iemand zegt dat de deur er sowieso uit moet.
Een beetje voorbereiding scheelt veel ellende
Het mooiste is natuurlijk dat je een slotenmaker nooit midden in de nacht hoeft te bellen. Een reservesleutel bij iemand die je vertrouwt, op loopafstand, lost de meeste noodgevallen op. Niet onder de mat, niet in de plantenbak, want daar kijkt een inbreker als eerste. Daarnaast loont het om je slot eens kritisch te bekijken op een rustig moment in plaats van pas als het stuk is. Een cilinder die hapert of een sleutel die je moet wrikken is een waarschuwing.
Wie nieuw is in een woning doet er sowieso goed aan de cilinders te laten vervangen. Je weet immers nooit hoeveel sleutels van de vorige bewoner nog ergens rondzwerven. Een slotenmaker kan dat in een half uurtje regelen en adviseert meteen over een slot dat aan de huidige inbraakwerende eisen voldoet.
Buitengesloten staan is een rotmoment, maar het hoeft geen ramp te zijn. Met het juiste nummer in je telefoon en een beetje gezond verstand sta je sneller weer binnen dan je denkt, zonder kapotte deur en zonder gepeperde rekening.

